09.06.2026
Het Nyrstar-dossier
De Vlaamse overheid investeert royaal in haar industrie, of het nu gaat om energiesteun, investeringssubsidies of borgstellingen — onlangs nog 22 miljoen euro voor Vynova alleen. Dat is geen verborgen beleid, maar een expliciete keuze: minister-president Diependaele liet vorig jaar in De Standaard optekenen dat hij niet wil besparen op steun aan de Vlaamse industrie, zelfs niet op een moment waarop de rest van de samenleving wél moet inleveren.
Daar komt nog bij dat diezelfde industrie ook gehoor vindt bij politici wanneer ze geconfronteerd wordt met milieunormen die haar niet uitkomen. Strengere lozingsnormen worden te duur bevonden om rendabel te blijven, een betere waterzuivering economisch niet haalbaar geacht — het argument is bekend, en de uitkomst vaak voorspelbaar. Normen worden afgezwakt of uitgesteld, of vergunningen worden alsnog toegekend, ondanks bezwaren van middenveldorganisaties.
Vandaag lezen we dat Nyrstar beschuldigd wordt van valsheid in geschrifte en misbruik van vennootschapsgoederen — amper twee maanden nadat minister Brouns het bedrijf op zijn woord geloofde dat het de lozingsnormen wél zou respecteren.
Het is een patroon dat zich blijft herhalen: steun en vertrouwen vloeien royaal, maar de verantwoordelijkheid die daar tegenover hoort, blijft te vaak buiten beeld.
Wie publieke middelen ontvangt, draagt echter ook publieke verantwoordelijkheid. Dat is geen ideologisch standpunt, maar een basisprincipe van behoorlijk bestuur. Wanneer bedrijven die met belastinggeld worden ondersteund tegelijk de regels overtreden of creatief omspringen met juridische grenzen, ondergraven ze het vertrouwen van elke belastingbetaler die de rekening mee betaalt.
Het wordt dan ook hoog tijd dat de overheid haar rol als hoeder van het publieke belang ernstig neemt — niet enkel als financier van de industrie, maar evenzeer als bewaker van de lucht die we inademen, het water dat we drinken en de grond waarop we bouwen.