Projecten

Grondwaterwinningen

Terug naar het projectoverzicht

Wanneer de droogte toeslaat wordt veel grondwater opgepompt... blijft er nog iets over van de reserves?

Grondwaterwinningen

Grondwaterwinningen (GWW)

Input en out

De zomers van 2017, 2018, 2019 en 2020 waren droog en telden een recordaantal dagen neerslagtekort. De grondwaterreserves zakten dramatisch. De zomer van 2021 was dan weer het andere uiterste: de grondwaterreserves werden aangevuld. Wanneer het regent trekt het water langzaam de bodem in. Het duurt een tijdje voor het water de diepere grondwaterlagen bereikt heeft, daarom spreken we van een “trage reactie”. Stortregen, verharding, riolering, rechtgetrokken waterlopen, drainagebuizen en -grachten verhinderen dat regenwater de bodem intrekt. Met alle gevolgen van dien: overstromingen, modderstromen, erosie, overbelasting van het riool, en/of een snellere afvoer via waterlopen naar de zee. En tot slot: de grondwaterreserves worden niet aangevuld. Maandelijks meet de Dienst Ondergrond Vlaanderen de grondwaterstand.

Bedrijven, vooral landbouwbedrijven, maar ook particulieren maken gebruik van grondwater door middel van een “grondwaterwinning”. Ook ¾ van ons kraanwater komt uit de grond (check hier waar jouw kraanwater vandaan komt).

Zolang input en output in relatief evenwicht zijn is er niets aan de hand. Maar wanneer de droogte toeslaat wordt de grondwaterreserve niet aangevuld en gebruiken landbouwers grondwater om hun akkers te besproeien. Landbouwteelten zijn immers in meer of mindere mate afhankelijk van water en de landbouwer doet wat hij moet doen: water voorzien om oogst en inkomen veilig te stellen.

Regelgeving

Grondwaterwinningen vallen momenteel onder Vlarem rubrieken 53.8.1 en 53.8.2. In het kort: voor huishoudelijk gebruik mag maximum 500 m³/jaar opgepompt worden, zonder vergunning of Vlarem-meldingsplicht. Er is wel een meldingsplicht bij de VMM. Een debiet tussen 500 m³/jaar en 5000 m³/jaar, mits niet dieper dan het "locatiespecifiek dieptecentrum", valt onder de meldingsplicht. Zit de putdiepte toch onder dat dieptecentrum dan moet er bij de gemeente vergunning aangevraagd worden. Debieten tussen 5000 m³/jaar en 30 000 m³/jaar zijn vergunningsplichting klasse 2 (gemeente). Meer dan 30 000 m³/jaar moet door de provincie vergund worden. Elke omgevingsvergunning, dus ook eentje voor grondwaterwinning geldt in principe voor eeuwig.

Bevindt de aangevraagde put zich in of nabij een habitatgebied, dan moet via een passende beoordeling nagegaan worden of droogtegevoelige vegetaties aangetast kunnen worden. In principe is elke meetbare verslechtering van habitatgebied door menselijk toedoen in strijd met artikel 36 ter van het decreet natuurbehoud.
De Kaderrichtlijn Water stelt: "Wanneer een vergunningsplichtige activiteit(...) afzonderlijk of in combinatie met een of meerdere bestaande vergunde activiteiten, (...) een schadelijk effect veroorzaakt op de kwantitatieve toestand van het grondwater dat niet door het opleggen van gepaste voorwaarden of aanpassingen (...) kan worden voorkomen, kan die vergunning slechts worden gegeven (...) omwille van dwingende redenen van groot maatschappelijk belang.”
De zogenaamde “voortoets”, de bij elke aanvraag hoort, blijkt geen betrouwbaar instrument om schade (verdroging) aan nabijgelegen natuurgebieden uit te sluiten.

Uit dit alles blijkt dat natuurgebieden op papier wel enigszins beschermd zijn. Maar omdat mogelijke schade moeilijk aantoonbaar in verband kan worden gebracht met grondwaterwinningen is er in de huidige regelgeving geen andere optie dan vergunningen toe te kennen, mits aangevraagde debieten niet overdreven hoog zijn. Enkel wanneer er in bezwaarschriften wordt verwezen naar nabijgelegen waterwinningen zal er gelet worden op een gezamenlijk effect, zo lijkt het wel.

Bezorgd

De Limburgse Milieukoepel gelooft dat deze regelgeving aan een opfrisbeurt toe is: eeuwigdurende vergunningen kunnen niet in een tijd van extremen en vergunningen worden te gemakkelijk toegekend door de gemeentes bij gebrek aan stevige juridische argumenten om te weigeren. Het gezamenlijk (cumulatief) effect van meerdere putten in de regio wordt amper onderzocht, hoewel het een evidentie zou moeten zijn. Bovendien wordt er te laks omgegaan met de aanwezigheid van (natte) natuur in de buurt.

In 2019 noteerden we “amper” 81 nieuwe aanvragen voor Grondwaterwinningen. We zagen medio 2020 het aantal aanvragen voor Grondwaterwinningen toenemen, met een piek van 48 aanvragen in december. In 2020 konden we met in totaal 222 nieuwe aanvragen niet meer om de stijgende trend heen. In 2021 noteerden we er nog 181.
Dit zijn cijfers van nieuwe aanvragen, maar we weten niet hoeveel hiervan er effectief vergund zijn. Ook de aangevraagde debieten zijn “theoretisch vergunde maxima”.
Dat is enkel hetgeen officieel bekend is, want er zijn ook verschillende illegale putten. Hoeveel weet niemand. Vorig jaar (pano reportage 10 maart 2021) bleek het nog steeds mogelijk te zijn om een put zonder papierspoor te laten boren. Handhaving schiet hier duidelijk tekort. Zelfs als er vandaag geen illegale putten meer zouden bijkomen blijft er een ongekend aantal putten voor een ongekend debiet water uit de ondergrond te onttrekken.

Rukkelingen

In Rukkelingen (Heers) is een waterpompstation van de Watergroep gelegen. Omdat de vergunning binnenkort zou verlopen vroeg de Watergroep een hernieuwing aan. Op het eerste zicht onschuldig. Drinkwater uit de kraan is een basisrecht, waarom zouden we problemen maken van een hernieuwing van een vergund pompstation?

In zijn huidige vergunning kan de Watergroep tot 1.4 miljoen m³ water oppompen, maar hierop was blijkbaar een reserve berekend. In een aanvraag van 2021 werd dit beperkt tot 900 000 m³, het maximum debiet dat ze de afgelopen jaren oppompten. Op basis van bezwaren en adviezen werd deze aanvraag ingetrokken en een nieuwe ingediend voor een volume van 850 000 m³. De vermindering met 50 000 m³ werd bekomen door deels een debiet boven te halen via de waterwinning van Voort (Borgloon). Hierdoor zal er aan minimaal 3500 personen nu niet onthard water geleverd worden, maar de onbalans in de waterlaag blijft.

Door het erg grote debiet is het aannemelijk dat dit pompstation lokaal droogteschade veroorzaakt. De scheuren in de huizen in de buurt komen volgens experts door droogte.
In het nabijgelegen natuurgebied Hornerbos (tevens VEN-gebied) is ook droogteschade zichtbaar. Wat ooit een moerassig beekbrongebied was, is nu droog. Blootliggende luchtwortels van zwarte elzen en een wegrottend plankenpad boven een drooggevallen vijver zijn stille getuigen. Het waterpeil van de beek nabij de bron is lager dan voorheen. Het valt moeilijk te bewijzen, maar het droogvallen van dit gebied is wellicht te wijten aan het waterpompstation (en deels de droogte). De milieueffectenstudie voor het project geeft aan dat er onvermijdbare schade zal optreden bij het verderzetten van deze grondwaterwinning in deze zone, iets dat volgens de Vlaamse wetgeving verboden is in VEN gebied als dit te vermijden valt. Dit laatste is in principe mogelijk, wanneer men de huidige exploitatie sterk vermindert of stopzet.

Het pompstation is ook gelegen op een 2 tal km van het Habitatgebied “Bossen en Kalkgraslanden van Haspengouw”. Studies wijzen uit dat in sommige zones aan de randen van dit Habitatrichtlijngebied dalingen van de grondwaterstanden veroorzaakt door het WPC kunnen voorkomen van 5 tot 19 cm. Als we de cumulatieve effecten van andere nabijgelegen grondwaterboringen mee in rekening nemen, kan dit zelfs oplopen tot 25 cm.

Voor drinkwatervoorziening kan natuurlijk wel “openbaar belang” ingezet worden, zodat de drinkwatervoorziening niet in het gedrang komt door regelgeving rond Europees beschermde natuur. Maar ook dan zullen een alternatievenonderzoek en compenserende maatregelen noodzakelijk zijn om een vergunning te bekomen.

Toekomst?

Gelukkig zien we wel een kentering, mede door het zogenaamde “grondwaterarrest”: de meeste vergunningen worden nu voor slechts 10 jaar afgeleverd, en vaak worden debieten beperkt. Maar gemeentebesturen kunnen zich slechts baseren op de geldende regelgeving en de adviezen van bijvoorbeeld VMM en ANB. Omwille van rechtszekerheid en duidelijkheid pleiten we voor een aanpassing in de regelgeving: beperk de termijn, houd rekening met het cumulatief effect van andere winningen in de buurt en integreer duidelijker een bescherming van nabijgelegen (natte) natuur.
Minister Demir bekijkt de mogelijkheden…

Ook landbouwers, verantwoordelijk voor het gros van de recente aanvragen voor Grondwaterwinningen, erkennen het probleem. Zij zien met pijn in het hart de schade van opeenvolgende droge jaren en beseffen dat grondwater oppompen slechts een pleister is op een open wonde. Sinds droogtejaar 2018 wordt er fors geïnvesteerd in duurzame oplossingen zoals waterberging. In totaal werd in de droogtejaren 2018 tot 2020 voor ruim 71,7 miljoen euro investeringen in waterkwantiteit gerealiseerd. Dat blijkt uit cijfers van het Departement Landbouw en Visserij. De eerste proefprojecten voor beregening met gezuiverd lokaal industrieel afvalwater tonen dat er veel mogelijk is als je samenwerkt.

Je kan maar uit de bodem halen wat er in zit. Zorgen dat water vlot in de bodem kan trekken en zo de grondwaterreserves kan blijven aanvullen is cruciaal. Ontharden, drainages wegwerken, wachtbekkens, gescheiden rioleringen, regentonnen, … daar moeten we volop op inzetten. Alleen zo kunnen we zuiver drinkwater garanderen voor mens, dier en plant.

Tekst: Els Ferson en Jan Vandegoor