Onze werking

Beleidsopvolging

Duurzaamheid en leefbaarheid als toetsing en doelstelling

In een duurzame provincie wordt op een rechtvaardige manier tegemoet gekomen aan de behoeftevoorziening van alle gebruikers. Daarbij wordt prioriteit gegeven aan kwetsbare groepen en wordt rekening gehouden met de grenzen van milieu en natuur.

Ruimtelijke ordening

Het is de bedoeling dat de Limburgse Milieukoepel al de ruimtelijke processen in de provincie opvolgt en de stand van zaken in dit hele proces bijhoudt en de Leden hierover informeert en betrekt bij de procedures. Belangrijk in dit verband is dat zowel het Vlaamse gewest als de provincie Limburg recentelijk hun ruimtelijk structuurplan hebben geactualiseerd. Dit houdt onder meer in dat er ook gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen mogelijk moeten geactualiseerd worden. Intussen is het Vlaamse gewest begonnen met een volledig nieuwe versie van het Ruimtelijk Structuurplan met als planhorizon 2020 met als visie "Vlaanderen in 2050".

Natuurbehoud

De afbakening van VEN fase II en de afbakening van het IVON zijn prioritaire aandachtspunten in 2016, temeer daar de afstemming moet gebeuren samen met de afbakening van de landbouw- en de bosgebieden. Ook gebruiken de lagere overheden (provincies, gemeenten) het gebrek aan afbakeningen als alibi om zelf ook geen stappen te zetten in de afbakeningsprocedures. Voor de afgebakende gebieden moeten er eveneens inrichtings- en beheerplannen worden opgesteld. En dan moeten al deze plannen ook nog worden uitgevoerd. Het is duidelijk dat één en ander tot nog toe hopeloos achterloopt op de vastgelegde timing. Het is daarom ook vanzelfsprekend dat in 2016 vanuit de Limburgse Milieukoepel druk wordt uitgeoefend voor het realiseren van de afbakeningen en voor het uitwerken van de uitvoeringsplannen.

Ook in het Ruimtelijk Structuurplan Limburg (RSL) zijn een aantal belangrijke natuur-verbindingsgebieden opgenomen. Voor deze verbindingsgebieden moet de provincie haar verantwoordelijkheid nemen, zowel inzake de afbakening als inzake uitvoeringsplannen en beheer. Vooral via de provinciale Mina-Raad en eventueel via de Procoro zal in 2016 de druk verhoogd worden. Daar komt nog bij dat vanaf 2015 uitvoering moet gebeuren van de Instandhoudingsdoelstellingen voor de SBZ's.

In 2014 werd het Natuurdecreet aanzienlijk gewijzigd. Ook bepaalde delen van het bosdecreet werden erin opgenomen. Maar de meeste uitvoeringsbesluiten zullen pas in 2016 (en later?) verschijnen. Dit houdt onder meer in dat het nieuwe decreet pas na enige tijd volledig uitvoering krijgt. We vrezen vooral dat de aandacht van de overheid zich vooral zal toespitsen op de Speciale Beschermingszones (SBZ's) en er veel minder aandacht besteed zal worden aan de “gewone” natuur en landschappen.

Het laatste decreet in de “natuur”-sfeer, waarvan we als milieubeweging hopen dat het effectief zal bijdragen tot de verbetering van het leefmilieu en een stimulans zal geven aan het natuurbeleid en de biodiversiteit, is het decreet op het “integraal waterbeheer”. Dit decreet voorziet in een integraal beheer van de rivierbekkens en wil een aantal visies (natuur, bescherming van bewoonde gebieden, onderhoud, kwaliteit) beter op elkaar afstemmen.

De waterkwaliteit in een groot aantal waterlopen laat nog steeds te wensen over. Ook dit zal in 2016 een aandachtspunt zijn. Samen met de andere provinciale verenigingen (Natuurpunt Limburg en Limburgs Landschap en voor de Demer ook Natuurpunt Oost Brabant) wordt één en ander opgevolgd binnen de bekkenraden (waar de vertegenwoordigers van het middenveld zitting hebben). Terugkoppeling van belangrijke plannen en dossiers met de plaatselijke verenigingen zal gebeuren op basis van concrete dossiers en openbare onderzoeken.

Beleidsplannen

De milieubeleidsplannen

De vrees bestaat dat in de toekomst geen miliieubeleidsplannen meer zullen worden opgesteld. Nochtans bepaalt het decreet “Algemene bepalingen inzake milieubeleid” van 5 april 1995 op welke wijze de milieubeleidsplanning op gewestelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau uitgevoerd moeten worden. Het Vlaams gewest moet een milieubeleidsplan maken, de provincies en de gemeenten zijn niet verplicht een milieubeleidsplan te maken. De gewestelijke milieubeleidsplanning omvat drie niveaus:

- Het tweejaarlijks opstellen van een milieurapport
- Het vijfjaarlijks opstellen van een milieubeleidsplan
- Het jaarlijks opstellen van een milieujaarprogramma

Het provinciaal milieubeleidsplan geeft op provinciaal niveau nadere uitwerking aan het gewestelijk milieubeleidsplan en omvat een actieplan. De bindende bepalingen zijn bindend voor de provincie, voor de gemeenten en voor de diensten. De Deputatie kan jaarlijks een milieujaarprogramma vaststellen. Ook op gemeentelijk niveau kan een milieubeleidsplan worden vastgesteld. Dit milieubeleidsplan omvat een actieplan. Het schepencollege kan jaarlijks een milieujaarprogramma vaststellen. Milieubeleidsplanning is een zeer belangrijk instrument, zowel voor overheid als voor belanghebbenden, om de evoluties inzake leefmilieu te kunnen opvolgen en te kaderen. Jammer is echter dat de diverse overheden hoe langer hoe minder interesse betonen voor deze beleidsfiguur. Reden te meer om vanuit de milieubeweging zelf hier aandacht op te vestigen en de overheden aan te zetten om er degelijk werk van te maken.

De waterbeleidsplannen

Anderzijds zijn er wel beleidsplannen, zoals de waterbeleidsplannen die onder invloed van Europa, moeten worden opgemaakt en uitgevoerd om de opgelegde doelstellingen te bereiken. Vanuit de vereniging worden deze beleidsplannen ook systematisch opgevolgd en geëvalueerd.

Maak een keuze uit onderstaand submenu: